Opiniestuk: Een oproep tot realisme en vooruitgang in legionellapreventie

Opiniestuk: Een oproep tot realisme en vooruitgang in legionellapreventie

H2O Enterprise, H.J. Klijnstra 

De recente ontwikkelingen rond de aanpassing van de legionellanorm bieden kansen, maar roepen ook vragen op. De differentiatie van de norm naar het enkel handelen bij constatering van Legionella pneumophila lijkt op het eerste gezicht een stap vooruit, zeker als we kijken naar de doeltreffendheid en proportionaliteit van de maatregelen. Toch is het belangrijk om te waarschuwen tegen het uitsluiten van Legionella non-pneumophila uit de verplichte monsternames. Deze bacteriën fungeren immers als waardevolle indicatoren voor de staat van de leidingwaterinstallatie en kunnen cruciale inzichten geven in de aanwezigheid van risico’s.

Non-pneumophila: een gemiste kans op preventie

De discussie draait niet alleen om vereenvoudiging van de norm, maar ook om het behoud van inzicht in de algehele bacteriologische staat van leidingwaterinstallaties. Legionella non-pneumophila, hoewel minder ziekteverwekkend dan Legionella pneumophila, heeft een belangrijke functie in preventie. Het voorkomen van deze groep bacteriën kan duiden op optimale omstandigheden binnen de installatie. Een constatering van Legionelle non-pneumophila fungeert als indicator van tekortkomingen binnen de leidingwaterinstallatie of ontoereikend beheer. Denk hierbij aan stagnatie, biofilmvorming of temperatuur afwijkingen. Het volledig uitsluiten van Legionella non-pneumophila uit de monitoring kan daarom leiden tot een repressieve aanpak, waarbij pas wordt gehandeld wanneer Legionella pneumophila boven de norm wordt aangetroffen.

Het aantreffen van Legionella non-pneumophila werkt als een vroegwaarschuwingssysteem. Het helpt om proactief te sturen op onderhoud en beheer van installaties, wat essentieel is voor een stabiele en veilige kwaliteit van het drinkwater. Door non-pneumophila uit de controle te schrappen, riskeren we blinde vlekken in onze preventieve strategie.

De <100 kve/l-norm non-pneumophila: een dure last zonder meetbare winst

De huidige grenswaarde van <100 kolonievormende eenheden per liter (kve/l) voor Legionella non-pneumophila, is in Nederland onrealistisch streng en brengt onnodige kosten met zich mee. In omringende landen, zoals Duitsland en België, wordt gewerkt met een norm van <1.000 kve/l, een waarde die zowel wetenschappelijk als praktisch onderbouwd is. Wij pleiten ervoor dat Nederland deze lijn volgt.

De hoge kosten die nu worden gemaakt bij minimale overschrijdingen tot 1.000 kve/l staan niet in verhouding tot de risico’s voor de volksgezondheid. Een realistische verhoging naar <1.000 kve/l zou zorgen voor een doelmatiger beheer en kostenbesparing, zonder de veiligheid in het geding te brengen. Het is van belang dat we blijven investeren in duurzame oplossingen die een structureel verschil maken, in plaats van te reageren op minimale fluctuaties.

Een beleid dat uitsluitend Legionella pneumophila monsternames vereist, zet eigenaren van collectieve leidingwaterinstallaties op een reactief spoor. Het risico bestaat dat beheerders pas maatregelen treffen nadat de norm voor Legionella pneumophila is overschreden, terwijl non-pneumophila ons eerder had kunnen waarschuwen.

Vooruitgang met oog voor proportionaliteit

H2O Enterprise is groot voorstander van vooruitgang in de legionellapreventie. De focus op Legionella pneumophila is een belangrijke stap, maar mag niet ten koste gaan van inzicht in de algemene bacteriologische staat van installaties. De discussie over <100 kve/l versus <1.000 kve/l vraagt om realisme en evenwicht.

Met een verhoging van de norm kunnen we legionellapreventie betaalbaar houden en ruimte creëren voor investeringen in innovatie. Denk hierbij aan nieuwe detectiemethoden, verbetering van installatieontwerpen en duurzame oplossingen die risico’s structureel aanpakken. Door onze middelen effectiever in te zetten, komen we tot een legionellabeleid dat niet alleen proportioneel is, maar ook toekomstbestendig.

Conclusie: laten we leren van onze buurlanden

Nederland heeft een unieke kans om een toekomstbestendige legionellapreventie te realiseren. Een focus enkel op Legionella pneumophila is waardevol, maar mag niet ten koste gaan van het inzicht dat Legionella non-pneumophila biedt in de algehele conditie van leidingwaterinstallaties. Het volledig uitsluiten van deze bacteriën uit de monitoring is een stap te ver en riskeert de effectiviteit van onze preventieve maatregelen.

Door de non-pneumophila-bacteriën niet uit te sluiten en de grenswaarde te verhogen naar <1.000 kve/l, slaan we twee vliegen in één klap: we behouden waardevolle inzichten én maken legionellapreventie doelmatiger. Het is tijd om het debat te richten op proportionaliteit, realisme en innovatie, zodat we daadwerkelijk vooruitgang boeken in het beheer van onze leidingwaterinstallaties.

Samen kunnen we werken aan een beleid dat volksgezondheid, duurzaamheid en kostenbesparing in evenwicht brengt.

Voltar para o blog